Klantenkaarten en spaarkaarten opruimen en enkel houden wat echt gebruikt wordt

Landschapsillustratie

In veel portefeuilles en laden liggen kaarten van winkels waar al lang niet meer wordt gewinkeld, samen met spaarkaarten waarvan niemand nog precies weet hoever ze eigenlijk staan. Ze nemen weinig plaats in, maar samen zorgen ze toch voor een rommelig geheel dat niemand nog overzicht geeft.

Een korte opruiming met veel effect

Door alle kaarten eens op een rijtje te leggen en per stuk kort na te denken of ze nog echt worden gebruikt, wordt snel duidelijk welke kaarten mogen blijven en welke beter kunnen verdwijnen. Deze oefening hoeft niet lang te duren, een kwartier is meestal ruim voldoende.

Kaarten van winkels waar toch niet meer wordt gewinkeld, kunnen zonder probleem weg. Wat overblijft, past vaak in een klein vakje van de portefeuille, in plaats van verspreid te liggen tussen andere papieren of ergens in een lade te verdwijnen zonder dat er ooit nog naar wordt omgekeken.

Voor de kaarten die wel blijven, is het handig om ze allemaal op dezelfde plek te bewaren, zodat ze aan de kassa snel gevonden worden. Zo hoeft er niet telkens gezocht te worden tussen kaarten die toch niet meer van nut zijn, wat het afrekenen een stuk vlotter maakt.

Deze opruiming kan het best af en toe herhaald worden, bijvoorbeeld telkens wanneer de portefeuille toch al even wordt leeggemaakt. Zo blijft het aantal kaarten beperkt tot wat werkelijk wordt gebruikt, in plaats van jaar na jaar verder aan te groeien zonder dat iemand het nog opmerkt.

Met deze gewoonte wordt de portefeuille lichter en overzichtelijker, en blijft alleen over wat effectief nog waarde heeft in het dagelijkse leven.

Het kan ook helpen om eens per jaar, bijvoorbeeld bij het begin van een nieuw seizoen, deze kleine opruiming te herhalen. Gewoontes bij het winkelen veranderen immers geregeld, en een kaart die vroeger nuttig was, kan na verloop van tijd toch weer overbodig zijn geworden.